Nieuwe ruimtes worden zichtbaar

Bij de presentatie van Zoveel nabijheid, poëzie van Frans Budé, 6 oktober in Maastricht.

Zoveel nabijheid– de dichtbundel die hier vandaag wordt gepresenteerd – moet ongeveer de veertiende bundel zijn die Frans Budé, naast een paar prozaboeken, het licht doet zien. Sommige daarvan – ik durf niet te zeggen hoeveel – werden ook al hier, in Van Eyck, ten doop gehouden, andere soms ook in het Conservatorium. Dat is opmerkelijk. Je zou verwachten dat een “Nieuwe ruimtes worden zichtbaar” verder lezen

Ik wou Gents, Oostends, Kortrijks horen

Over Hugo Claus, tien jaar na zijn dood (in De Groene Amsterdammer)

Vlamingen en Nederlanders spreken min of meer dezelfde taal, dan ligt het voor de hand dat ook beide literaire werelden min of meer één geheel vormen. Dat is ook wel zo, zeker officieel, maar toch: met de nadruk op min of meer. De verschillen tussen de Vlaamse literaire wereld en de Nederlandse springen de “Ik wou Gents, Oostends, Kortrijks horen” verder lezen

Een agressieloze oorlogsvrijwilliger

Bespreking van Wim Hazeu’s biografie van Lucebert (in Ons Erfdeel 2018/2)

Wim Hazeu dreigde over zijn nek te gaan, letterlijk; na lezing van de catastrofale brieven op weg naar huis moest hij zijn auto even aan de kant zetten om bij te komen. Zo fysiek was de reactie bij mij niet, maar toch was ook ik zeldzaam aangedaan en nog dagenlang aangeslagen door het nieuws dat Lucebert zich begin juni 1943 niet alleen vrijwillig had aangemeld voor de “Een agressieloze oorlogsvrijwilliger” verder lezen