Beeldende kunst

Beeldende kunst

‘Cyrille Offermans geeft in tijdschriften en in kunstboeken het werk van kunstenaars een nieuwe dimensie .  Hij weet er met een verliefde blik naar te kijken en er op een poëtische manier over te schrijven. Iedere kunstenaar verdient zo’n ideale beschouwer ‘.  Frits Prior


Een evenwichtskunstenaar
Over Paul Klee (1989)

In 20 schetsjes geeft deze essayist van de Duitser Paul Klee, 1879-1940, die meer tekenaar dan schilder was, de levensloop, onzekerheden over het te kiezen beroep, reizen, ideeen over kunst, invloed van Kandinsky en Macke, boekenbezit, kleurgebruik, bewegingsritme, stijlontwikkeling en zijn betekenis voor dadaisme en surrealisme.

Altijd al wilde Klee zijn tekeningen een beweeglijk, onafgesloten karakter geven – ze moesten het oog in beweging brengen, zonder dat het ergen een logisch eindpunt bereikte waar het uit de voorsteling kon stappen. In het late werk heeft hij die onafgeslotenheid bovendien thematisch benadrukt: vaak gaat het om figuren die op het punt staan een andere gedaante aan te nemen, zonder te weten welke.’De auteur zoekt een wisselwerking tussen werk en ideeen, die hij uit brieven en dagboeknotities haalt, om dit werk in een nieuw daglicht te plaatsen. Klee combineerde beeldende kunst met literatuur, maar de natuur was toch zijn uitgangspunt. In de tijd dat hij docent aan het Bauhaus was, trachtte hij wetmatigheden te vinden door analyses van lijn, toon en kleur. Van de vele zwart-wit reproducties, die niet chronologisch gerangschikt zijn, wordt een aantal geanalyseerd. Literatuur. Voor belangstellenden met enige kunsthistorische kennis. (NBD|Biblion recensie, Dra. L.H. Verbraak-Cornelisse.)


Vlek als levenswerk
Lucebert op papier (2006)

(video: Die mevrouw slaapt)

Tot het laatst toe heeft Lucebert zich uitgeleefd in zijn vlekken, vegen en spatten, niet om ze te verfraaien of metafysisch op te tuigen, maar om te zien of ze, nu alles zwart en uitzichtloos wordt, nog een minimum aan blikverruiming, dus aan levensmogelijkheden toestaan. Voor de tekenaar betekent dat: een minimum aan zinvolle bewegingen. Niet een verheven idee, maar een vlek als levenswerk, zo letterlijk mogelijk, dat is wat deze schat aan tekeningen ons laat zien, de aanvaarding dat wijzelf niet veel meer zijn dan een vlek, een inslag van het toeval, met de essentiële toevoeging dat we dat toeval zo aandachtig en bewust, zo vitaal en veelvormig mogelijk moeten belichamen.
Als scholier kocht Cyrille Offermans zijn eerste dichtbundels van Lucebert (1924-1994), kort nadien bezocht hij een expositie van tekeningen en schilderijen van de grillige meester; twee gebeurtenissen die het begin markeren van een levenslange fascinatie. De laatste jaren bezocht hij regelmatig Luceberts voormalige atelier in Bergen. Daar trof hij onder meer duizenden tekeningen aan, keurig opgeborgen in dozen en voor het overgrote deel, behalve door enkele intimi, nooit door iemand gezien. Vlek als levenswerk is de vrucht van deze bezoeken.


Toon Teeken.
De Fotoboeken (2015)

Ingeleid door Cyrille Offermans

‘Het lijkt wel of ik in iemands hersens kijk.’

Al meer dan 45 jaar werkt beeldend kunstenaar Toon Teeken aan zijn fotoboeken. In 1968 componeerde hij de eerste van de nu bijn 5000 fotocollages , gevouwen bladen van 34,5 x 55 cm, samengevoegd in 96 met de hand gebonden en genummerde banden van elk 100 bladzijden.

Foto’s, meestal door de kunstenaar zelf gemaakt, vormen de rode draad. Aanvankelijk overheersen familiekiekjes, al snel ontstaan er complexere composities van krantenknipsels, handgeschreven teksten en tekeningen. Teeken werkt er vrijwel dagelijks aan om zijn relatie tot de dingen en de wereld op te helderen. Iemand die een fotoboek bekeek zei: ‘Het lijkt wel of ik in iemands hersenen kijk.’
Schrijver en ‘Groene’-criticus Cyrille Offermans in zijn uitgebreide inleiding over de fotocollages van Toon Teeken: ‘Als weinig anderen is hij er zich van bewust dat het eenvormige, door westerse conventies bepaalde beeld van de realiteit geëxplodeerd is, voorgoed en onherstelbaar, maar ook dat de in het puin oplichtende vloekende kleuren, botsende stijlen, contraire ideeën en rivaliserende culturen hem, de kunstenaar die op de hoogte van zijn tijd wil zijn, oneindig veel nieuwe combinatiemogelijkheden bieden.’
De tweetalige publicatie Toon Teeken, The photobooks. De fotoboeken bevat een selectie van bijna 400 spreads uit Teekens collageboeken. De vormgeving is van grafisch ontwerper Piet Gerards. Rosita Wouda verzorgde een personenindex. Oplage 250 genummerde exemplaren.


Harrie Gerritz.
Schilderijen / 1980-1998

(1998)

Met teksten van Fons Asselbergs, Hugues Boekraad en Cyrille Offermans

Video: Dat is een poes

De schilderijen van Gerritz (1940) bestaan grotendeels uit schilderachtige kleurvelden met centraal een eenvoudige vorm, vaak een soort pictogram. Zonder horizon en perspectief laten de meeste werken zich toch moeiteloos interpreteren als landschappen. De schilder haalt zijn inspiratie dan ook vrijwel uitsluitend uit zijn omgeving, het Land van Maas en Waal. Een definitieve vorm voor zijn fascinatie vindt Gerritz pas vanaf 1980. Zoals uit de uitstekende kleurenreproducties is op te maken bestaat het werk vanaf dat jaar uit variaties op een thema met een minimale ontwikkeling.

Een inleidend artikel van Fons Asselbergs verduidelijkt het ideale landschap dat Gerritz bezig houdt. In een uitgebreid en verhelderend interview met Hugues Boekraad gaat de schilder in op zijn achtergrond en werkwijze.

Cyrille Offermans ten slotte tracht in een prachtig verhalend essay werk en visie van Gerritz te doorgronden: ‘De schilder bleef niet alleen zijn omgeving trouw, hij bleef ook trouw aan zijn thema’s. Hij leek te willen bewijzen dat je uiteindelijk met heel weinig toekomt. Dat er geen enkele reden was om telkens iets nieuws te willen. Dat hetzelfde, voor wie zijn zintuigen gebruikt, telkens nieuw is. Niets anders wilde hij zijn dan de aandachtige cartograaf van zijn gewoonten.’
Het boek is geen diepe historische en kritische analyse, maar een met liefde gemaakte monografie – met bio- en bibliografie – over een kunstenaar die zich een beperkte, maar eigen plaats heeft verworven in de Nederlandse kunst.
(Naar: Biblion recensie, Peter Marijnissen.)