Een waanzinnig genie?

Jon Fosse, Melanchoolie II

De Groene Amsterdammer 01.07.20

Van de Noorse landschapschilder Lars Hertervig had ik nooit gehoord. Tot voor kort, wil dat zeggen, want in 2018 verscheen er een Nederlandse vertaling van een oudere roman van zijn landgenoot Jon Fosse, Melancholie I, waarin Hertervig een paar honderd bladzijden lang aan het woord komt. Ik herinner me dat de besprekingen van dat boek vol uitnodigende superlatieven stonden, ik had er zin in, maar om de een of andere reden kwam het er niet van. Gelukkig had Fosse na voltooiing van het boek het gevoel dat hij nog meer over Hertervig te melden had: een jaar na Melancholie I, in 1996, publiceerde hij Melancholie II, en ook van dat boek, bescheiden van omvang, verscheen zojuist een vertaling. En die is, meldt de uitgever, ook separaat te lezen. “Een waanzinnig genie?” verder lezen

Door de lens van de minachting

Fleur Jaeggi, SS Proleterka

De Groene Amsterdammer 24.06.20

Ze schrijft vooral korte, ultrakorte zinnen, vaak van niet meer dan één of twee woorden. En die klinken geharnast, weerbarstig, afgemeten – afgebeten is misschien een beter woord, alsof ze wil zeggen: blijf uit mijn buurt of ik mep je weg. Ik heb het over Fleur Jaeggy, over haar extreem compacte roman SS Proleterka – ook al zo’n kortaangebonden titel die verzet, opstand en oorlogszucht suggereert. Het kan niet verbazen dat zij in de schaarse interviews die ze heeft toegestaan vrijwel niets prijsgeeft over haar persoonlijke leven. “Door de lens van de minachting” verder lezen

Taalverwildering

Robert Walser. De Tanners

De Groene Amsterdammer 20.05.20

Het zou me niet verbazen als de geschiedenis zich herhaalt. Robert Walser werd in zijn tijd door zowat alle collega-schrijvers die ertoe deden bewonderd, ik denk aan Kafka en Musil, Benjamin en Tucholsky, maar commercieel was zijn werk, zacht gezegd, geen succes. In 1906 was hij in het kielzog van broer Karl, beeldend kunstenaar, naar Berlijn getrokken met het voornemen zich er als beroepsschrijver te vestigen. In een paar jaar tijd schreef hij zes sterk autobiografisch getinte, hoogst eigenzinnige romans, waarvan er drie in de prullenmand verdwenen. De drie resterende kwamen zijn uitgevers aan de straatstenen niet kwijt; daarna hielden zij het voor gezien. “Taalverwildering” verder lezen

Pijn is de diepste gouddelver

Walter Kempowski, Zwanenzang

De Groene Amsterdammer 15.04.20

De literatuur is wel vaker gezien als archief van ongehoorde, verloren, onbegrijpelijke of verboden stemmen; voor menige schrijver is het registreren daarvan de belangrijkste drijfveer. Maar niet veel schrijvers zullen beheer en uitbreiden van dat versnipperde archief van menselijk streven en lijden zo nadrukkelijk tot levenstaak hebben gemaakt als Walter Kempowski (1929-2007). Niettemin is er, voor zover mij bekend, nooit eerder iets van hem in het Nederlands vertaald; opmerkelijk, hij behoort – met de door hem bewonderde Arno Schmidt en Uwe Johnson – tot de grote literaire chroniqueurs van het naoorlogse Duitsland. “Pijn is de diepste gouddelver” verder lezen

Verlangen naar geborgenheid

Nir Baram, Aan het einde van de nacht

De Groene Amsterdammer 01.04.20

De Israëlische schrijver Nir Baram (1976) hoeft voor de Nederlandse lezer geen onbekende meer te zijn. Twee van zijn eerdere romans – Goede mensen en Wereldschaduw – werden hier met succes vertaald, daarna ook Een land zonder grenzen, zijn opzienbarende reisverslag door de bezette gebieden. Die boeken bezorgden hem internationale faam en een stortvloed aan prijzen, dus verbaast het niet dat ook zijn meest recente, tevens zijn meest autobiografische en persoonlijke roman, Aan het einde van de nacht, hier al ruim een jaar na het Hebreeuwse origineel in de boekwinkel ligt. “Verlangen naar geborgenheid” verder lezen

Eerlijkheid is krankzinnigheid

Jaan Kross, De gek van de tsaar

De Groene Amsterdammer 25.03.20

Jaan Kross debuteerde pas op zijn vijftigste in het genre waarmee hij internationale roem zou vergaren: de historische roman. Niet dat het hem voor die tijd aan talent of ambitie ontbrak, wel aan vrijheid. Kross, in 1920 geboren in Tallinn, Estland, was in ’44 al eens door de Duitse bezetters gearresteerd toen hij in ’46 door de Russische bezettingsmacht voor acht jaar naar Siberië werd verbannen. Na zijn vrijlating begon hij zijn literaire carrière als experimenteel dichter, wijdde zich daarna aan alle literaire genres, tot en met het kinderboek en het operalibretto, maar vond definitief zijn draai met een reeks onwaarschijnlijk goede historische romans, waarvan De gek van de tsaar (1978) misschien nog wel de beste is, en in elk geval de meest vertaalde en bestverkochte. “Eerlijkheid is krankzinnigheid” verder lezen

Bach als wapen

Drago Jancar, En ook de liefde

De Groene Amsterdammer 12.02.20

Het begint met een nietszeggende foto. In dubbel opzicht, eerst als afdruk, voorafgaand aan de tekst, dan in woorden. Die nietszeggendheid is geen bezwaar. Een veelzeggende foto is dat eerder, want zegt vaak te veel, gunt de kijker geen ruimte – een nietszeggende dwingt juist tot verscherpte waarneming en interpreterende fantasie. Maar vooralsnog blijft de verteller van En ook de liefde, de vierde in het Nederlands vertaalde roman van de Sloveen Drago Jančar, dicht bij wat ondubbelzinnig waarneembaar is. Hij registreert ‘twee slanke meisjes’, beschrijft hun uiterlijk en kleding, vermoedt dat het ‘een ochtendopname (is) met mensen die haastig ergens naartoe gaan.’ Ik kijk met hem mee, kan hoogstens één gehaaste man ontdekken, andere mensen op de foto staan (nagenoeg) stil. “Bach als wapen” verder lezen

Il Postino

In Memoriam George Steiner (23 april 1929-3 februari 2020)

N.a.v. het overlijden van George Steiner:
Oorspronkelijk gepubliceerd in: De Groene Amsterdammer 12.02.20

Beslissend voor Steiners Nederlandse reputatie was zijn optreden in het marathongesprek dat Wim Kayzer in het seizoen ‘88/’89 met hem en Márquez, Konrád en Semprun voerde. De vier auteurs waren in één klap beroemdheden in intellectuele kring. Dat gold vooral voor Konrád, de bedachtzaamste, rustigste en ook wel kwetsbaarste van de vier; heel anders dan de geboren verteller Márquez en de orerende Steiner zag je hem zijn formuleringen al sprekende bedenken. “Il Postino” verder lezen

Het principe van de schone lei

David Graeber over schuld

N.a.v. het overlijden van David Graeber
Oorspronkelijk gepubliceerd in: De Groene Amsterdammer 05.09.12

Op het bloedrode omslag staat een afbeelding van een ijzeren enkelband aan een ketting met een kogel, een onmiskenbare verwijzing naar duistere tijden van kerkers en slavernij. Vreemd genoeg is het effect van de lectuur van dit boek eerder feestelijk, wat wel moet komen door het vanzelfsprekende gemak waarmee talloze geaccepteerde, maar tot moedeloosheid stemmende grondopvattingen van ons bestaan onderuit worden gehaald. Je zit, als lezer, voortdurend op het puntje van je stoel, zowat op elke bladzijde word je onthaald op verrassende inzichten en ongehoorde verhalen, en dat op een toon die, bij al het schrijnende onrecht waarvan sprake is, van een aanstekelijke strijdbaarheid getuigt. “Het principe van de schone lei” verder lezen

Ik wou Gents, Oostends, Kortrijks horen

Over Hugo Claus, tien jaar na zijn dood (in De Groene Amsterdammer)

Vlamingen en Nederlanders spreken min of meer dezelfde taal, dan ligt het voor de hand dat ook beide literaire werelden min of meer één geheel vormen. Dat is ook wel zo, zeker officieel, maar toch: met de nadruk op min of meer. De verschillen tussen de Vlaamse literaire wereld en de Nederlandse springen de “Ik wou Gents, Oostends, Kortrijks horen” verder lezen