Hoeder van graven

Erwin Mortier, De onbevlekte

de lage landen 3/ 2020

Het begint met een droom. Dat wil zeggen: met de aankondiging ervan, meteen in de eerste zin, de droom zelf volgt in de daaropvolgende drie bladzijden. Kafka vond dat geen goede werkwijze voor een schrijver, de expliciete vermelding van het droomkarakter van een scène zou de onontkoombaarheid voor de lezer, zijn gevangenschap in een ongrijpbaar en desoriënterend universum, tenietdoen. Mogelijk, een wet van Meden en Perzen is het niet. Erwin Mortier bewijst dat die vervreemding ook het effect kan zijn van een op details gerichte, beeldende schrijfwijze die onduidelijkheden, hiaten en vreemde tegenstellingen niet meteen door uitleg of commentaar opheft. “Hoeder van graven” verder lezen

De jaren zestig, nogmaals

Piet de Rooy, Alles! En wel nu!

de lage landen 3/ 2020

Was over de roemruchte jaren zestig zo langzamerhand niet alles verteld? Je zou het na de monumentale cultuurgeschiedenis van Geert Buelens over die periode, gepubliceerd in het herdenkingsjaar 2018, wel denken – de auteur betrekt zelfs ‘vergeten’ continenten als Afrika en Azië in de vernieuwingsgolf van die jaren. Toch dacht historicus Piet de Rooy daar anders over. In het prille begin van 2020, toen het decennium waarin alles anders werd ook in de media uit en te na besproken was, publiceerde hij onder de pakkende titel Alles! En wel nu! opnieuw ‘een geschiedenis van de jaren zestig’. “De jaren zestig, nogmaals” verder lezen

Een waanzinnig genie?

Jon Fosse, Melanchoolie II

De Groene Amsterdammer 01.07.20

Van de Noorse landschapschilder Lars Hertervig had ik nooit gehoord. Tot voor kort, wil dat zeggen, want in 2018 verscheen er een Nederlandse vertaling van een oudere roman van zijn landgenoot Jon Fosse, Melancholie I, waarin Hertervig een paar honderd bladzijden lang aan het woord komt. Ik herinner me dat de besprekingen van dat boek vol uitnodigende superlatieven stonden, ik had er zin in, maar om de een of andere reden kwam het er niet van. Gelukkig had Fosse na voltooiing van het boek het gevoel dat hij nog meer over Hertervig te melden had: een jaar na Melancholie I, in 1996, publiceerde hij Melancholie II, en ook van dat boek, bescheiden van omvang, verscheen zojuist een vertaling. En die is, meldt de uitgever, ook separaat te lezen. “Een waanzinnig genie?” verder lezen

Door de lens van de minachting

Fleur Jaeggi, SS Proleterka

De Groene Amsterdammer 24.06.20

Ze schrijft vooral korte, ultrakorte zinnen, vaak van niet meer dan één of twee woorden. En die klinken geharnast, weerbarstig, afgemeten – afgebeten is misschien een beter woord, alsof ze wil zeggen: blijf uit mijn buurt of ik mep je weg. Ik heb het over Fleur Jaeggy, over haar extreem compacte roman SS Proleterka – ook al zo’n kortaangebonden titel die verzet, opstand en oorlogszucht suggereert. Het kan niet verbazen dat zij in de schaarse interviews die ze heeft toegestaan vrijwel niets prijsgeeft over haar persoonlijke leven. “Door de lens van de minachting” verder lezen

Taalverwildering

Robert Walser. De Tanners

De Groene Amsterdammer 20.05.20

Het zou me niet verbazen als de geschiedenis zich herhaalt. Robert Walser werd in zijn tijd door zowat alle collega-schrijvers die ertoe deden bewonderd, ik denk aan Kafka en Musil, Benjamin en Tucholsky, maar commercieel was zijn werk, zacht gezegd, geen succes. In 1906 was hij in het kielzog van broer Karl, beeldend kunstenaar, naar Berlijn getrokken met het voornemen zich er als beroepsschrijver te vestigen. In een paar jaar tijd schreef hij zes sterk autobiografisch getinte, hoogst eigenzinnige romans, waarvan er drie in de prullenmand verdwenen. De drie resterende kwamen zijn uitgevers aan de straatstenen niet kwijt; daarna hielden zij het voor gezien. “Taalverwildering” verder lezen

Pijn is de diepste gouddelver

Walter Kempowski, Zwanenzang

De Groene Amsterdammer 15.04.20

De literatuur is wel vaker gezien als archief van ongehoorde, verloren, onbegrijpelijke of verboden stemmen; voor menige schrijver is het registreren daarvan de belangrijkste drijfveer. Maar niet veel schrijvers zullen beheer en uitbreiden van dat versnipperde archief van menselijk streven en lijden zo nadrukkelijk tot levenstaak hebben gemaakt als Walter Kempowski (1929-2007). Niettemin is er, voor zover mij bekend, nooit eerder iets van hem in het Nederlands vertaald; opmerkelijk, hij behoort – met de door hem bewonderde Arno Schmidt en Uwe Johnson – tot de grote literaire chroniqueurs van het naoorlogse Duitsland. “Pijn is de diepste gouddelver” verder lezen

Verlangen naar geborgenheid

Nir Baram, Aan het einde van de nacht

De Groene Amsterdammer 01.04.20

De Israëlische schrijver Nir Baram (1976) hoeft voor de Nederlandse lezer geen onbekende meer te zijn. Twee van zijn eerdere romans – Goede mensen en Wereldschaduw – werden hier met succes vertaald, daarna ook Een land zonder grenzen, zijn opzienbarende reisverslag door de bezette gebieden. Die boeken bezorgden hem internationale faam en een stortvloed aan prijzen, dus verbaast het niet dat ook zijn meest recente, tevens zijn meest autobiografische en persoonlijke roman, Aan het einde van de nacht, hier al ruim een jaar na het Hebreeuwse origineel in de boekwinkel ligt. “Verlangen naar geborgenheid” verder lezen

Eerlijkheid is krankzinnigheid

Jaan Kross, De gek van de tsaar

De Groene Amsterdammer 25.03.20

Jaan Kross debuteerde pas op zijn vijftigste in het genre waarmee hij internationale roem zou vergaren: de historische roman. Niet dat het hem voor die tijd aan talent of ambitie ontbrak, wel aan vrijheid. Kross, in 1920 geboren in Tallinn, Estland, was in ’44 al eens door de Duitse bezetters gearresteerd toen hij in ’46 door de Russische bezettingsmacht voor acht jaar naar Siberië werd verbannen. Na zijn vrijlating begon hij zijn literaire carrière als experimenteel dichter, wijdde zich daarna aan alle literaire genres, tot en met het kinderboek en het operalibretto, maar vond definitief zijn draai met een reeks onwaarschijnlijk goede historische romans, waarvan De gek van de tsaar (1978) misschien nog wel de beste is, en in elk geval de meest vertaalde en bestverkochte. “Eerlijkheid is krankzinnigheid” verder lezen

Bach als wapen

Drago Jancar, En ook de liefde

De Groene Amsterdammer 12.02.20

Het begint met een nietszeggende foto. In dubbel opzicht, eerst als afdruk, voorafgaand aan de tekst, dan in woorden. Die nietszeggendheid is geen bezwaar. Een veelzeggende foto is dat eerder, want zegt vaak te veel, gunt de kijker geen ruimte – een nietszeggende dwingt juist tot verscherpte waarneming en interpreterende fantasie. Maar vooralsnog blijft de verteller van En ook de liefde, de vierde in het Nederlands vertaalde roman van de Sloveen Drago Jančar, dicht bij wat ondubbelzinnig waarneembaar is. Hij registreert ‘twee slanke meisjes’, beschrijft hun uiterlijk en kleding, vermoedt dat het ‘een ochtendopname (is) met mensen die haastig ergens naartoe gaan.’ Ik kijk met hem mee, kan hoogstens één gehaaste man ontdekken, andere mensen op de foto staan (nagenoeg) stil. “Bach als wapen” verder lezen

Gaat u maar rustig slapen

Over Hoera! De democratie is niet perfect (Joël de Ceulaer)

de lage landen 1/ 2020

Het boek begint curieus, op de toon van de straatverkoper: ‘Ik ga u drie vragen stellen’, prompt gevolgd door ‘Vraag één. Wordt u soms ook overvallen door een licht gevoel van nostalgie naar de tijd dat het land nog bestuurd werd door grote staatslieden? Vindt u de politieke moraal vandaag toch niet meer wat hij geweest is? Bent u teleurgesteld in de nieuwe generatie politici?’ Blijkbaar dient het goede antwoord telkens ‘ja’ te zijn, want de auteur stelt zich meteen vaderlijk op: ‘Troost u. U bent niet de enige. En zeker niet de eerste’ – waarna een willekeurig voorbeeld volgt van twee eeuwen geleden dat bij mij, althans bij de lezer die op die troost zat te wachten, alle democratische kopzorgen moet wegnemen. “Gaat u maar rustig slapen” verder lezen